Hoe ontstaat een litteken? De fasen en factoren verklaard
Niet elke wond laat een litteken achter. Dat hangt af van hoe diep de schade gaat. Reikt de wond tot in de laag onder je opperhuid, dan vult je lichaam het gat niet op met hetzelfde weefsel, maar met nieuw bindweefsel. Dat bindweefsel is je litteken. Hoe zichtbaar dat uiteindelijk wordt, hangt af van de wond zelf en van je eigen huid.
Een litteken ontstaat als een wond dieper reikt dan de opperhuid. Je lichaam vult die schade op met nieuw collageen, niet met de originele huidstructuur. Dat verloopt in fasen: van de eerste bloedstolling tot een herstructurering van het weefsel die soms twee jaar duurt. Hoe zichtbaar het resultaat is, hangt vooral af van de spanning op de wond en van je erfelijke aanleg. Het type litteken speelt ook mee: hypertrofisch, keloïd of atrofisch. Begin je op tijd met siliconentherapie en houd je de wondranden ontspannen, dan geef je je huid de beste kans op een rustig en vlak resultaat.
Waarom laat de ene wond een litteken achter en de andere niet?
Dat hangt af van hoe diep de wond gaat. Blijft de schade beperkt tot de opperhuid, dan groeit de huid volledig terug zonder spoor. Gaat de wond dieper, tot in de laag eronder, de dermis, dan werkt het anders.
De dermis is de laag met collageen, bloedvaten en haarzakjes. Die structuren bouwen zichzelf niet exact opnieuw op na een beschadiging. In plaats daarvan vult je lichaam het gat op met nieuw collageen: snel en functioneel, maar niet identiek aan de originele huid. Dat nieuwe weefsel is het litteken. Hoe groter en dieper de wond, hoe meer collageen er nodig is en hoe zichtbaarder het resultaat. Een oppervlakkige schaafwond geneest vaak zonder spoor. Een snee die tot in de dermis reikt, laat vrijwel altijd een litteken achter, ook al vervaagt het later.
Deze factoren bepalen hoe zichtbaar je litteken wordt
De spanning op de wondranden speelt de grootste rol. Daarnaast tellen huidskleur, erfelijke aanleg, leeftijd en de plek van de wond mee. Een infectie in de wond vergroot het risico op een zichtbaar litteken nog verder.
Spanning is cruciaal in de weken en maanden dat je lichaam nieuw collageen aanmaakt en herschikt. Als er in die periode rek op de wond blijft staan, maken de fibroblasten, de cellen die collageen produceren, net te veel weefsel aan. Dat teveel is precies wat een verdikt, hypertrofisch litteken kenmerkt. Littekentape vlak na het sluiten van de wond helpt om die spanning weg te nemen.
Bij keloïd speelt erfelijkheid een grote rol. Als een van je ouders ook keloïd heeft gehad, is de kans groter dat jij het ook krijgt. Een donkere huidskleur vergroot ook de kans op een afwijkend litteken. Als je dit risicoprofiel herkent, vraag dan bij een nieuwe wond tijdig advies aan een arts, in plaats van te wachten tot het litteken al gevormd is.
Leeftijd en de locatie op je lichaam tellen eveneens mee. Bij kinderen en jongvolwassenen is de huid extra actief in het aanmaken van collageen, wat de kans op een dik, hypertrofisch litteken vergroot. Bij een oudere huid verloopt de opbouw trager: dat geeft vaker een vlakker litteken, maar de genezing duurt dan langer. Een wond op een plek met veel beweging, zoals een schouder of gewricht, vormt eerder een zichtbaar litteken dan een wond op een rustige plek.
Hoe je een infectie voorkomt, lees je in hoe je een ontstoken litteken voorkomt. Roken vermindert de doorbloeding van de huid en hangt samen met een tragere genezing, al is daar geen hard cijfer voor. Je algemene gezondheid en voeding spelen ook mee.
Normaal of afwijkend: hoe je het verschil ziet
Een litteken dat de eerste maanden rood en wat verdikt aanvoelt, geneest meestal gewoon. Jeuk hoort er ook bij. Pas als het duidelijk buiten de oorspronkelijke wondranden groeit, hard en pijnlijk blijft, of na een jaar nog steeds dikker wordt, kan er iets mis zijn.
Het trekkende en jeukende gevoel tijdens de genezing komt doordat het littekenweefsel nog in opbouw is. Fibroblasten zijn actief en de kleine zenuwuiteinden in de huid groeien tegelijk mee terug. Daardoor voelt die plek tijdelijk gevoeliger aan dan de rest. Als de roodheid en verdikking geleidelijk afnemen binnen een paar maanden tot een jaar, is dat normaal. Wordt het litteken harder, blijft het jeuken of groeit het door? Raadpleeg dan een arts. Dat kan wijzen op een hypertrofisch litteken of keloïd.
Hypertrofisch, keloïd of atrofisch: de drie soorten littekens
Niet elk litteken is hetzelfde. Er zijn drie hoofdvormen, elk met een eigen oorzaak en verloop.
- Hypertrofisch litteken. Je lichaam maakt te veel littekenweefsel aan. Het litteken is verdikt en rood, vaak ook jeukend, maar het blijft binnen de oorspronkelijke wondranden. Spanning op de wond of een infectie zijn de meest voorkomende oorzaken. Het kan spontaan vervlakken, maar dat duurt soms wel twee jaar.
- Keloïd. Ook hier is er te veel weefsel, maar dit groeit over de wondranden heen. Het is vaak jeukend of pijnlijk. Erfelijke aanleg en huidskleur spelen een grote rol. Keloïd verdwijnt zelden vanzelf en vraagt bijna altijd om behandeling.
- Atrofisch litteken. Hier is juist te weinig nieuw collageen aangemaakt. Het litteken ligt verzonken in de huid. Dit zie je vaak na acne, een ontsteking of bestraling, met name in het gezicht. Het herstelt niet vanzelf.
Het verschil zit in de hoeveelheid weefsel die je lichaam aanmaakt en waar dat terechtkomt. Blijft het teveel binnen de wondrand, dan is het een hypertrofisch litteken. Groeit dat teveel er overheen, dan is het keloïd. Te weinig weefsel geeft een atrofisch litteken. Een hypertrofisch litteken vervlakt vaker vanzelf, al kan dat tot twee jaar duren. Keloïd verdwijnt zelden zonder behandeling.
Littekenvorming in vier fasen
Een litteken ontstaat niet in één klap. Je lichaam doorloopt vier fasen die grotendeels na elkaar komen, maar ook overlappen.
Hemostase, het stelpen van de bloeding, begint meteen na de verwonding en is binnen een paar uur klaar. Vanaf dag drie tot vijf daarna begint de ontstekingsfase: de wond wordt schoongemaakt. Dat duurt zo'n drie tot vier weken. Nog voordat die ontsteking helemaal is uitgedoofd, begint je lichaam via de proliferatiefase al nieuw collageen aan te maken en de wond op te vullen. Die opbouwfase duurt ook ongeveer drie weken. Rond dag eenentwintig start bovenop dat alles de remodelleringsfase: je lichaam breekt het snel aangemaakte collageen weer af en herschikt het tot een steviger patroon, terwijl de opbouw op andere plekken in de wond nog doorloopt. Die fase duurt verreweg het langst: één tot twee jaar.
Waarom duurt remodelleren zo lang? Opbouwen is repareren. Remodelleren is verfijnen, en verfijnen kost meer tijd. Je lichaam past het weefsel geleidelijk aan, maar bereikt nooit precies de ordening van de originele huid.
Let op: de wond zelf is al dicht ruim voordat het litteken zijn definitieve vorm heeft. Wondgenezing en littekenvorming zijn twee verschillende processen.
Littekenvorming beperken: dit helpt echt
Houd de wond schoon en zorg dat er geen spanning op de randen blijft staan. Dat kan met littekentape of een goed aansluitend verband. Zodra de wond dicht is en het litteken nog rood en verdikt aanvoelt, is het tijd om te starten met siliconentherapie.
Siliconentherapie is in klinische studies onderbouwd als een effectieve, niet-operatieve aanpak bij een verdikt of actief litteken. Het verband houdt vocht vast en vermindert roodheid en dikte. Het werkt het best in de vroege, actieve fase: vlak na het sluiten van de wond tot een paar maanden later, ruim voordat het litteken na één à twee jaar volledig is uitgerijpt. Wacht dus niet tot het litteken al vlak en bleek is, want dan is de kans dat behandeling nog effect heeft al een stuk kleiner. Heb je een verhoogd risico door erfelijke aanleg? Start dan liefst in overleg met een arts. Wil je een ouder litteken alsnog verzachten, dan lees je meer behandelopties in littekens minimaliseren zonder chirurgie.
Na de rijping: wat er nog verandert en wat niet
Zolang de remodelleringsfase loopt, dus tot ongeveer één à twee jaar na het ontstaan, kan een litteken nog vervlakken, lichter worden of minder gevoelig aanvoelen. Is die fase eenmaal voorbij, dan verandert er weinig meer.
Littekenweefsel blijft anders aanvoelen dan de huid eromheen. Er zitten geen haarzakjes of zweetklieren in, en het collageen ligt er minder ordelijk in dan in gezonde huid. Daardoor voelt een oud litteken vaak net iets strakker of gladder aan, ook jaren later. Geeft een allang uitgerijpt litteken opeens klachten, zoals pijn of jeuk, dan speelt er meestal iets anders. Wat je daaraan kunt doen, lees je in als een oud litteken klachten geeft.